Algemene
voorwaarden en Havenreglement van de Stichting jachthaven Ketelmeer
klik
hier
Oud-voorzitter
(van 31-10-1998 tot en met 31-12-2003) en ligger sinds 1970, de heer Daan
Gunnink uit Kampen, heeft bij zijn afscheid onderstaande geschreven:
Enkele feiten en herinneringen over het ontstaan van de Jachthaven “Ketelmeer”
en de band met de “Nederlandsche Vereeniging van Kustzeilers”
"Heden,
de twintigste februari 1968, verschenen voor mij, Sijbrand Hermannus van
Hulst, notaris ter standplaats Lemmer:", zo begint de oprichtingsakte
van de jachthaven.
De voorzitter en de secretaris van de vereniging handelden ter uitvoering
van het besluit van de algemene ledenvergadering van 18 februari 1967.
De comparanten verklaarden dat de Nederlandsche Vereeniging van Kustzeilers
bij deze uit haar vermogen afzondert de som van honderd gulden (F. 100,--)
en daarmee in het leven roept een stichting met de volgende statuten:
Art. 1 Naam: “Stichting Jachthaven Ketelmeer”, gevestigd te
Kampen (verkort weergegeven).
Art. 2 Doel: exploitatie (voor eigen rekening) of beheer (voor een anders
rekening) van een jachthaven te Ketelhaven en alles wat daarmede verband
houdt.
Art. 3. Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf natuurlijke personen,
leden van de vereniging.
In de statuten
wordt verder beschreven, dat het bestuur van de stichting een voordracht
voor bestuursleden ter goedkeuring aan het bestuur van de vereniging voorlegt,
evenals een voordracht voor nieuw te benoemen bestuursleden. Deze procedure
wordt nu ook nog strikt gevolgd. Dit geeft, hoewel niet erg duidelijk
voor de buitenwereld een nauwe band aan tussen de vereniging en de Stichting.
Financieel waren en zijn de zaken volkomen gescheiden. (Behalve die F.
100,- dan)
Hoe zijn de
Kustzeilers er toe gekomen in een jachthaven te stappen?
Eind vijftiger
en in de zestiger jaren waren er vrij weinig jachthavens aan het IJsselmeer.
De vloot zeegaande jachten groeide gestaag, maar de uitbreiding van ligplaatsen
hield daarmee geen gelijke tred, zeker niet aan de oostelijke kant van
het IJsselmeer.
Het bestuur van de Vereniging zag het als zijn taak o.a. te zorgen voor
voldoende ligplaatsen voor de leden.
Zo werd deelgenomen, in 1955 reeds, in de Gemeentelijke haven in Volendam.
Door het snel dichtslibben en het gebrekkige onderhoud van de gemeente,
was dit geen succes. In Medemblik werd in de Westerhaven eerst een garantie
gegeven voor 5 ligplaatsen en later voor 25. Een verdere steiger uitbreiding
wordt door de N.V.v.K gefinancierd, 35 extra ligplaatsen brachten echter
nog niet veel verlichting.
In beide gevallen
dus geen eigen exploitatie. De vereniging werd wel herhaaldelijk gevraagd
te adviseren bij aanleg van jachthavens. Zoals in 1963 in Amsterdam. Helaas
ging deze jachthaven in de Houthaven niet door. Ook werd het advies gevraagd
voor de haven in IJmuiden buiten de sluizen, voor het zover kwam, stapte
de Gemeente uit het plan en liet de uitvoering aan een projectontwikkelaar
over.
In de zestiger
jaren was er behalve in Amsterdam en omgeving een sterke concentratie
Kustzeilers in Kampen. De jachthaven van de Gebroeders Kroes vormde hier
het middelpunt. De Houtrib wedstrijd was eerst een oostelijk onderonsje,
werd later echter wel een landelijk gebeuren. Ook de bekende huiskamer
bijeenkomsten voor Kustzeilers uit de buurt, waren zeer in trek. De traditionele
zuurkool maaltijden bij de familie Van Hulst in Lemmer, werden druk bezocht
en gaven een sterke onderlinge band.
De vereniging groeide en de haven van Kroes werd veel te klein. Kampen
en omgeving boden niet veel ligplaatsmogelijkheden voor de leden. Toen
zich de mogelijkheid aandiende om een haven van de Dienst Zuiderzeewerken
te huren en voor eigen rekening te exploiteren, werd dit door het bestuur
met beide handen aangegrepen. Hoe was dit ontstaan?
Ons lid Kor van der Zee was goed bevriend met hoofdingenieur Klasema,
hoofduitvoerder van de dienst Zuiderzeewerken. Zo kwam het contact met
de vereniging tot stand. ZZW legde zoveel dijken aan, twee korte stukjes
voor een jachthaven met steigerwerk konden er nog wel bij. Alleen met
de exploitatie wilde de dienst niets te maken hebben. Aldus geschiedde.
De speciale
band van de N.V.v.K. met de jachthaven Ketelhaven kwam o.a. tot uitdrukking
in de jaarboeken van 1970 tot 1983, waarin een plattegrond van de jachthaven
was opgenomen. Een groot aantal jaren was de openingstocht naar Ketelhaven,
waar ’s avonds, in restaurant “Lands End”, een ‘Boat
Jumble’ werd gehouden. Ook de nieuwjaarsreceptie werd vele jaren
in ditzelfde restaurant gehouden.
Wat zijn de
voordelen voor de leden van de N.V.v.K van de speciale band met de jachthaven?
1. Invloed van het bestuur van de jachthaven, door het goedkeuren van
de voorgedragen bestuursleden en inzage van de financiële jaarstukken.
2. het hebben van directe kennis in huis over inrichting en exploitatie
van een jachthaven. Bij een vraag van buitenaf over ligplaatsen opzet
en verhuur kan direct worden teruggegrepen op de kennis, aanwezig binnen
het bestuur van de jachthaven. Dit punt is zeer belangrijk, omdat een
grote en landelijke vereniging, als de N.V.v.K geacht mag worden van alle
facetten van het zeilen op zee en van ligplaatsen op de hoogte te zijn.
3. Leden van de Vereniging hebben voorrang bij de toewijzing van ligplaatsen.
4. Bezoekende leden van de Vereniging krijgen korting op het passanten
tarief.
Een vereniging, die in zijn naam schrijft met “sch” en het
woord vereniging spelt met drie “e’s” laat blijken,
traditie hoog te hebben en te willen handhaven. Waarom dan de verandering
in de verhouding tot de stichting Jachthaven Ketelmeer?
Tot slot, niet het geringste argument: in het seizoen waait iedere dag
de Drietand boven de haven naast onze nationale driekleur.
|